TXT 9312-89 / 79 / 135 / 12 *

I — de dichter

vensters van mijn kamer,
laag onder de arcades van de Baixa zie ik de sigarenwinkel — smalle ruit, kleine vakken — een tropisch kabinet: La Corona, Romeo y Julieta, Partagás; lakpapieren sigarenbandjes: rood, zilver, kobaltblauw; wapenkronen kletteren tegen het cederhout; bladgoudenpalmenruis — een generaal te paard in het lintwerk, zijn sabel klieft ornamenten open; zwartgelakte vrouwenhoofden in ovale medaillons slaan verschrikt de ogen op — ¡ahora! — een felgroene ara schiet uit de rozet, slaat zijn vleugels uit boven het woord Habana — en juist dan zwaait de deur open: een man komt naar buiten, muntgeld in zijn hand — o, ik ken hem: Esteves-zonder-metafysica; ik roep, hij zwaait achteloos, en met dat ene gebaar rolt een rolluik van sigarenrook de arcades door: lintwerk wordt franje, ogen worden drukinkt, vitrine wordt vitrine — en de wereld weer precies zo werkelijk als ze daarnet onmogelijk werkelijk leek

ik denk zoveel te zijn,
zijn wat ik denk te zijn,
wat weet ik van mijn ‘ik’
ik die niet weet wat ik ben?

de wereld is voor wie voor de wereld geboren is; 
ik ben geboren om te dromen dat ik voor de wereld geboren ben

II — de sigarenhandelaar

de bel van mijn winkel is een schorre cicade,
gezichten die mijn winkelruit passeren —
ze betekenen niets voor mij,
(behalve dat ze, door er te zijn, het leven spelen),
dag na dag sta ik hier, onder de arcades van de Baixa,
waar mensen verschijnen en weer verdwijnen,
waar morgen ook ik verdwijn,
waar morgen ook ik, het universum dat ik voor mezelf ben,
niet langer in de deuropening sta,
en dat ondanks alles wat ik doe, alles wat ik voel, alles wat ik beleef,
ik slechts één gezicht minder zal zijn

III — Esteves-zonder-metafysica

Esteves komt de winkel uit; een wolk tabak blijft hangen onder de arcades, tegen de boogstenen aan — Rua dos Douradores — in de etalages verbleken affiches; Cinzano, Sabão Ach. Brito, oceaanstomers naar Rio — zijn jas ruikt naar cederhout, melasse, gedroogd blad van een eiland dat hij nooit zal zien — dan: kar-geratel: sinaasappelkisten uit Setúbal; een rinkelende tram knarst de bocht door; Esteves hoort zijn naam, kijkt omhoog naar de man achter het raam; zwaait eenvoudig terug; en loopt verder, sigaar in de hand — de Baixa in

IV — metafysica na sluitingstijd

altijd het een tegenover het ander,
altijd hetzelfde nutteloze verschil,
altijd het vreemde zo alledaags als het zekere,
altijd het zekere zo gewoon als de gewoonte,
altijd dit — of altijd iets anders — of niets van beide

* naar motieven uit Álvaro de Campos, Tabacaria