TXT 35 / 43 / 898 / 22 / 7556

eens ging ik door een spiegel
en na een paar wankele stappen
doemde een reusachtige, trillende vlakte op:
het was adembenemend leeg

echo’s // rillingen // snippers van licht

het flikkert, het klikt
en ik word beeld —
stotterende projectie
op een rolgordijn
neergetrokken tot aan de rand
van het zijn

ik ruik bossen
ik raak verre landen aan
ver weg klinken stemmen
ik hoor trommels slaan

jij —
ik —

gehurkt in een wolk van pijlen

een schimmenspel
een leep stel bola’s

twee vingers heffen 
om zo, strekkend,
horens uit te beelden

DO-LOU RO-LOU 
boem-boem
DO-LOU RO-LOU 
boem-boem
stampen — geen voeten maar klappen
klappen — geen handen maar grond
de grond slaat terug
boem-boem

SAH-BHA-K-THA-NI
SAH-BHA-K-THA-NI

hoeven hameren bot tot poeder —
Dionysos in galop
ik gnu, jij gnu  
de meute stuift ons door
wildebeest droomt wildebeest  
gromt mijn verbaasde zelf
wat jij niet bent — ben ik het meest
SAH-BHA-K-THA-NI!