TXT 1201

Arie draagt zijn klompjes als een vogel zijn botten,
zijn botten, 
zijn breekbare botten,
van populier zijn botten,
van trillend populier,
van hout,
van blad,

zoals bladstilte de stilte doet rillen,
bladstilte en het licht,
zoals brekend blad,

zo onttrekt zich
wat bot was,

aan wat blijft:

hout,
lak,
glans